Biokatoen

Je hoort wel eens dat de productie van katoen tot één van de meest vervuilende en milieuonvriendelijke teelten ter wereld behoort. Dit klinkt redelijk verontrustend, omdat katoen een essentiële grondstof is voor onze hedendaagse kleding.

Steeds meer en meer ondernemers willen hier iets aan veranderen en produceren en werken met biokatoen. Een van de meest gekende keurmerken is het GOTS certificaat. Dit certificaat omvat het hele productieproces. Van de zaden van de katoenplant naar de oogst tot in de katoenfabriek en eventueel de naaialteliers. 

Op wereldschaal is de gewone katoenteelt (die ongeveer 2,5% van de totale landbouwgrond beslaat) verantwoordelijk voor 16% van de gebruikte insecticides en 10 % van de pesticides. Dat is niet weinig.  De arbeiders die op de katoenplantages werken komen dagelijks in contact met deze giftige stoffen, zowel rechtsreeks tijdens de werkuren, als onrechtsreeks wanneer de giftige stoffen in de bodem dringen en ook in het water terecht komen.

Gewone katoen wordt geteeld als monocultuur. Dit wil zeggen dat jaar na jaar op dezelfde velden hetzelfde gewas geteeld wordt, dit put de bodem uit en maakt hem gevoeliger voor ziektes en plagen.

Biologisch geteelde katoen wordt geplant in combinatie met andere (voedsel)gewassen. Deze wisselteelt zorgt ervoor dat de bodem niet uitgeput raakt, er wordt geen gebruik gemaakt van pesticides en de boeren zijn gedeeltelijk zelfvoorzienend in hun voedsel door op de andere velden eetbare gewassen te telen. Deze methoden vragen minder energie en water en ook de CO2 afgifte in de atmosfeer ligt gevoelig lager.

Bij de gewone katoenteelt worden machines ingezet om de bollen te plukken. Hiervoor moeten echter eerst de bladeren verwijderd worden. Dit wordt gedaan met een ‘ontbladeringsmiddel’. Deze producten bevatten veel dioxines, welke zeer toxich en kankerverwekkend zijn. Gelijksoortige producten werden in de Vietnamoorlog gebruikt om het schuilen in de jungle veel moeilijker te maken.

Biologische katoen daarentegen wordt handmatig geplukt. Hiervoor zijn dus geen agressieve chemicaliën nodig. De katoenplant zal hierdoor sneller nieuwe bollen krijgen en de plant leeft langer.

Nadat de katoen geplukt is, moet hij verwerkt worden in de fabrieken. Gewone katoenfabrieken worden niet gecontroleerd. Arbeiders worden vaak uitgebuit en dikwijls is er sprake van kinderarbeid. Ook sommige duurdere kledingmerken krijgen hiermee te maken. Fabrieken die het GOTS certificaat dragen worden regelmatig sociaal geinspecteerd. Hier kan je zeker zijn dat er geen kinderarbeid aan te pas komt en dat arbeiders niet uitgebuit worden. Het afvalwater wordt gezuiverd en de gebruikte chemicaliën worden streng gecontroleerd. Het resultaat van heel dit controleproces zijn stoffen of kledingsstukken die op een ecologisch en sociaal verantwoorde manier geproduceerd werden en die vrij zijn van kankerverwekkende of toxische residuen.

De biologische katoenteelt duurt langer, is kleinschaliger en vraagt meer kennis dan de conventionele teelt. En ja, dit heeft gevolgen. De kostprijs van de stoffen ligt hoger dan die van anderen. Maar je kan er zeker van zijn dat dat mooie slaapzakje of schattig kruippakje dat je maakte voor die pasgeboren baby helemaal veilig is voor dat kwetsbaar huidje, dat de natuur zo goed mogelijk gerespecteerd werd en dat de arbeiders een eerlijk loon kregen.



 

Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »